Ik ga naar de verloskundige

Waarschijnlijk ben je tussen de 7 en de 8 weken zwanger wanneer je voor het eerst naar de verloskundige gaat. Dit is de eerste keer dat je je kindje gaat zien.

  • De eerste echo maken we als je rond de 7-8 weken zwanger bent. Tijdens deze echo kijken we of er een hartje klopt, of het embryo zich in de baarmoeder genesteld heeft en of er wellicht sprake is van een meerlingzwangerschap. Deze afspraak duurt ongeveer 20-30min.
  • Na de eerste goede echo plannen we de intake. Deze zal plaatsvinden tussen de 8-9 weken en duurt ruim 1 uur. Op basis van alle verzamelde gegevens maken we samen een passend 9 maanden plan.
  • Voor een betrouwbare uitgerekende datum is het belangrijk dat we tussen de 10 en 12 weken zwangerschap een termijnecho maken.
  • Je gaat bij ons nooit de deur uit zonder de baby gezien óf gehoord te hebben!

Intake

Tijdens de intake neemt een van ons ruim 1 uur de tijd om te zorgen dat je een goede start maakt in de zwangerschap. De intake is altijd een individueel gesprek en de informatie is toegespitst op jouw persoonlijke situatie. Er komen verschillende onderwerpen aan bod. Hieronder lees je meer.

De verloskundige die jouw intake afneemt stelt jou (en je partner) een heleboel vragen over je medische voorgeschiedenis. Denk aan je algemene gezondheid, maar ook of je ooit eerder zwanger bent geweest en of er in de familie aangeboren afwijkingen of ziekten voorkomen die het verloop van jouw zwangerschap kunnen beïnvloeden. Kijk voor een indruk van de vragen die worden gesteld op zwangerwijzer. Naar aanleiding van de anamnese stellen we samen met jou een 9 maanden plan op. We bespreken welke onderzoeken we je aanraden te doen, hoe vaak en wanneer je op controle komt en hoe wij te bereiken zijn.

Er wordt tijdens de intake informatie gegeven over het verloskundige zorgsysteem, onze praktijk, voeding & vitamines, leefstijl & bewegen, kraamzorg, zwangerschapscursussen, wat je de aankomende maanden allemaal regelen moet en meer.

Indien je dit wenst gaan we samen in gesprek over prenatale testen, testen die je al (vroeg) in de zwangerschap kan doen om naar de gezondheid van de ongeboren baby te kijken. Voor de testen mag je kiezen, het moet niet. We zijn er om je te informeren en ondersteunen je met het maken van een keuze hierin. In dit gesprek leggen we de verschillen uit tussen de mogelijke onderzoeken en ook wat de uitkomsten betekenen. Samen met je partner beslis je of jullie screening willen, en zo ja welke. Je kunt jezelf de volgende vragen stellen: wat betekent een afwijkende uitslag voor mij? Wil je alles wat je kunt weten wel weten? En zou je bijvoorbeeld overwegen de zwangerschap af te breken als jullie kindje niet gezond blijkt? Je kunt je alvast voorbereiden op dit gesprek, door op deze pagina meer te lezen over prenatale screening of kijk bijvoorbeeld op deze website:

www.onderzoekvanmijnongeborenkind.nl

Tijdens de intake meten we je bloeddruk, je gewicht, berekenen we je BMI en spieken we even middels een echo naar je kindje. Indien je minder dan 12 weken zwanger bent wordt er vanwege medische gronden niet naar het hartje geluisterd.

Na de intake krijg je formulieren mee om je bloed te laten onderzoeken. Standaard wordt in Nederland bij alle zwangeren hun bloedgroep, rhesus-D-factor, rhesus-c-factor, lues (syfilis), HIV en Hepatitis B gecontroleerd. Daarnaast bepalen we je ijzergehalte en je bloedsuiker. Afhankelijk van werkomstandigheden of je medische/familiale voorgeschiedenis kan aanvullend onderzoek aangewezen zijn. Dit zullen we altijd tijdens de intake met je bespreken.

Termijnecho

Tussen de 10 en 12 weken kan de zwangerschapstermijn het betrouwbaarst worden gemeten. Tijdens de termijnecho wordt de lengte van het vruchtje van kruin tot stuit gemeten. Aan de hand van deze lengte kunnen we de exacte uitgerekende datum bepalen. Alle kinderen groeien tot 14 weken namelijk even snel. Een nauwkeurig bepaalde uitgerekende datum betekent overigens niet dat we weten wanneer je gaat bevallen. Slechts een zeer klein percentage bevalt op de uitgerekende datum.

Prenatale screening

Je bent zwanger en hoopt vanzelfsprekend dat je kindje gezond is. Gelukkig worden de meeste kinderen gezond geboren. Heel soms komen er aangeboren afwijkingen voor die we al in de zwangerschap op kunnen sporen. In de eerste helft van de zwangerschap zijn hiervoor een tweetal testen beschikbaar: de NIPT en de combinatietest. Twee verschillende onderzoeken met hetzelfde doel, namelijk onderzoek naar down-, edwards- en pateausyndroom bij je ongeboren baby.

Het doel van prenatale screening is om jou als aanstaande ouder(s), tijdig te informeren over de eventuele aanwezigheid van één of meer aandoeningen, zodat je de mogelijkheid hebt een keuze te maken uit verschillende handelingsopties. Je bepaalt zelf of je de prenatale screening wilt laten doen. Vóórdat je een besluit neemt over het wel of niet laten doen van de NIPT of de combinatietest, is het belangrijk dat je goed nadenkt over de eventuele gevolgen van de uitslag. Deze screeningstesten geven geen 100% garantie op een gezonde baby. Wat ga je doen als uit de test blijkt dat jouw kindje mogelijk een van de afwijkingen heeft?

Je kan er sinds 1 april 2017 voor kiezen om een NIPT te laten uitvoeren: een bloedtest die aangeeft of je ongeboren kind het Syndroom van down, edwards of pateau heeft. De NIPT geeft geen risico’s voor jou of de baby en wordt niet vergoed door je verzekering. Vanaf 11 weken zwangerschap kan er bloed bij jou worden afgenomen ten behoeve van de NIPT. Dit bloed wordt in een van de academische centra onderzocht op de aanwezigheid van een extra chromosoom (trisomie) 13, 18 of 21: de veroorzakers van de syndromen. De NIPT wordt aangeboden binnen een wetenschappelijk onderzoek: Trident-2. De NIPT spoort dezelfde aandoeningen op als de combinatietest. Echter geeft de NIPT een uitslag die betrouwbaarder is.

Meer over Trident-2

Een goede testuitslag heeft een betrouwbaarheid van 96-99%. Een slechte uitslag heeft een minder grote betrouwbaarheid. Wanneer uit de NIPT bijvoorbeeld blijkt dat de baby syndroom van Down heeft, blijkt in 25% van de gevallen deze uitslag onterecht. Daarom wordt ter bevestiging van een dergelijke uitslag altijd een vlokkentest of vruchtwaterpunctie aangeboden. De uitslag van deze testen geeft uitsluitsel of er wel of geen sprake is van een van de 3 syndromen.

Je kan er voor kiezen om een combinatietest te laten uitvoeren: een kansbepalende test die het risico op Syndroom van Down berekend. De combinatietest geeft geen risico’s voor jou of de baby en wordt niet vergoed door je basisverzekering. Er wordt bloed bij je afgenomen en met de echo wordt de nekplooi van de baby opgemeten (11-14 weken). Twee bloedwaarden, de dikte van de nekplooi en je leeftijd bepalen hoe groot de kans is op een kind met Downsyndroom. Daarnaast geeft de uitslag van de combinatietest ook informatie over de kans op patausyndroom (trisomie 13) en edwardssyndroom (trisomie 18).

Bij een verhoogde kans op een van de syndromen, dat wil zeggen een kans die groter is dan 1 op 200, kun je kiezen voor vervolgonderzoek: de NIPT-test of een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie. De uitslag van deze testen geeft uitsluitsel of er wel of geen sprake is van een van de 3 syndromen.

Bekijk de folder over de NIPT en de combinatietest

Later in de zwangerschap kan je kiezen om een 20-weken echo te laten maken waarbij ze van top tot teen de baby bekijken. Lees hier meer over bij ‘Ik ben op de helft van mijn zwangerschap’.